Ghana: Bonsuvonberg Farms Ltd.
De eerste contacten met dit gerenommeerde bosbouwbedrijf gaan terug
naar 1995 toen voor het eerst een serieuze inventarisatie van bonafide
aanbieders in deze markt werd gemaakt. In de laatste jaren is de
relatie geïntensiveerd en sinds 2000 is er sprake van een strategisch
partnership tussen Bonsuvonberg Farms Ltd. en Forest Returns bv.
Eén van de twee oprichters, de heer Jean-Baptiste von Berg,
is al sinds 1979 in Ghana
actief en werkt sindsdien nauw samen met diens Ghanese zakenpartner
en mede-oprichter, de heer Seki Bonsu. Waarmee tevens de bedrijfsnaam
is verklaard.
De bosbouwonderneming Bonsuvonberg Farms Ltd. is gespecialiseerd
op het vlak van aanleg en onderhoud van grootschalige teakhoutplantages.
Inmiddels is de onderneming uitgegroeid tot toonaangevende teakplantagehouder
in Ghana.
Behalve een goede relatie met de regionale en nationale Ghanese
overheden is ook de intensieve samenwerking met de Bosbouw-faculteit
van de Universiteit in Kumasi van groot belang. Er zijn diverse
studieprojecten op de plantages, alwaar ook veelbelovende studenten
een geschikte plaats vinden. Ook het natuurlijk(!) plantkweekmateriaal
voor de plantages wordt voortdurend in samenwerking met het Forestry
Research Institute of Ghana (FORIG; deel uitmakend van de Universiteit
in Kumasi) onderzocht en verder verbeterd.
De voorspoedige groeiresultaten van onze teakbomen in Ghana hangen
hiermee samen. Ook de geofysische èn klimatologische omstandigheden
ter plaatse vergroten de extra kansen op een hoog rendement.
Zowel mentaal als financieel... Anno 2001 beschikt Bonsuvonberg
over plantages nabij het reusachtige Voltameer, namelijk Somanya
Forest (eerste aanplant in 1994), en in het koninkrijk van de Ashantis,
namelijk Mampong (eerste aanplant in 1998). Beide plantages zijn
gelegen aan goede doorgaande wegen in het zuiden en midden van het
land.
Op de plantages is een goede infrastructuur voor alle plantage-werkzaamheden.
Op beide plantages zijn kantoor-, opslag- en onderhoudsgebouwen.
Meerdere houtsoorten waaronder Mahonie, Ceiba en Cassia zijn aangeplant
om de biodiversiteit te vergroten en zorgen bovendien voor een natuurlijke
aansluiting bij de bestaande vegetatie.
Vanuit zijn eigen levensmissie heeft de Jean-Baptiste von Berg
er de laatste jaren alles aan gedaan om de natuurlijke bossen te
beschermen en zijn er zowaar complete botanische tuinen op beide
plantages aangelegd die steeds meer bezoekers trekken. Een lust
voor oog, oor, mond en neus ... deze 'Tuinen van Eden'.
De plantages vormen bufferzones voor de bestaande natuurlijke bossen
en vergroten daarmee niet alleen een ecologische meerwaarde, maar
zorgen in de directe regio's ook voor een sociale en economische
meerwaarde. Nu al maar vooral ook over een lange termijn profiteren
de werknemers en lokale gemeenschappen ('chieftancies') van een
verbeterd economisch welzijn.
De aanwezigheid van onze plantages zorgen zo voor een structurele
verbetering. Er werken anno 2001 zo'n 350 mensen op de Ghanese plantages.
In Mampong werd in 1999 het zogenaamde 'Outgrowing Programm' gestart.
Hierbij worden gratis teakboomstekken verstrekt en wordt gratis
expertise gegeven bij de aanleg en het onderhoud van stukjes produktiebos
van boeren in de omgeving, die hen ook in de toekomst een stukje
extra inkomen bezorgen. Er is ter plaatse veel belangstelling voor
dit programma en het is goed om te zien hoe niet alleen op onze
plantage zelf maar ook in de directe omgeving de bebossing toeneemt.
Aan de heer Jean-Baptiste von Berg -tevens bosbouwadviseur van
de Ghanese regering- is door de overheid gevraagd om een nieuw areaal
in het oosten van het land gereed te maken voor analoge duurzame
bosbouw. Het betreft een gebied van ca. 10.000 hectaren, tezijnertijd
uit te breiden naar zo'n 20.000 hectaren en nog later naar veel
grotere arealen.
De Ghanese regering probeert met stringente maatregelingen de laatste
tropische bossen te behouden.Daarbij krijgt zij actieve steun van
de Wereldbank en van de Food & Agriculture Organization (FAO)
van de Verenigde Naties. Behoud van bestaande primaire en secundaire
bossen en herbebossing van de huidige kale vlakten zijn van het
grootste belang voor het noodzakelijke herstel van het natuurlijk
evenwicht. Inderdaad ook hier: Forest Returns.
Kortom duurzame analoge bosbouw in optima forma. Bovendien groeit
ook in Ghana het bewustzijn waar het de CO2-vastlegging op langere
termijn betreft.
De gehanteerde bosbouw- en managementtechnieken zijn innovatief
en gericht op intensieve, effectieve, efficiënte en grootschalige
aanplant. De maximale plantcapaciteit bedraagt momenteel 300 hectaren
per jaar.
Het eerste deel van een eigen teakzaadkwekerij werd in 1999 aangelegd
en naar het zich inmiddels laat aanzien wordt goed kwaliteitszaad
geoogst voor nieuwe 'omlopen'.
Ook tijdens een Forest Returns-inspectiereis in april 2000 werd
ondubbelzinnig aangetoond dat op een zeer betrokken manier gewerkt
wordt op de plantages. Bosbouwkundige Prof. Dr. Asiedu, is weliswaar
inmiddels als hoogleraar èn als FORIG-directeur met pensioen,
doch voelt zich nog steeds zeer verbonden met 'zijn teakplantages'.
De in Ghana geboren plantage-managers hebben hun sporen verdiend
in de tropische bosbouw en krijgen een goede coaching. De motivatiegraad
op de plantages is voor Afrikaanse begrippen hoog !

Werkt ú aan uw totaalbalans, werken
wíj aan uw balanstotaal

|