Mondiale ontbossing
Het gaat slecht met het tropisch regenwoud.
Een van de grootste bedreigingen voor het milieu is de drastische
vernietiging van tropische regenwouden, met name in het Amazone-gebied
in Brazilië. Jaarlijks gaat 15 à 20 miljoen hectare
tropisch bos verloren. Dit betekent dat er elke minuut tenminste
29 hectare tropisch regenwoud verdwijnt. Inmiddels is de helft van
de tropische regenwouden uitgeroeid. Food & Agriculture Organization
(FAO) verwacht dat het houtgebruik met 2,3% per jaar zal blijven
toenemen. Tegen het jaar 2010 zal de houtconsumptie met ruim 50%
zijn toegenomen tot 4,1 miljard kuub per jaar. Wanneer de enorme
ontbossing in het huidige tempo doorraast, zal de aarde volgens
de FAO in 50 jaar tijd al haar tropische regenwouden kwijt zijn.
Pessimisten spreken zelfs over een termijn van 30 jaar.
Hiermee zou dan ook de helft van alle plant- en diersoorten op
aarde uitsterven, om nog maar niet te spreken over de ernstige gevolgen
voor het klimaat. Wereldwijd wordt door natuur- en milieuorganisaties
de noodklok geluid.
Zo kan het niet langer! Belangrijke alternatieven zijn nodig om
de ontbossing effectief tegen te gaan. Duurzame productie van hout
in de vorm van houtplantages, helpt mee de tropische regenwouden
te beschermen op een milieuvriendelijke manier. Het hout dat van
de plantages komt hoeft tenslotte niet uit het tropisch regenwoud
te worden gekapt. U kunt met behulp van Forest Returns en haar strategische
partners actief. Bijdragen aan een groenere toekomst. De natuur
is tenslotte ook uw zaak!
Broeikaseffect
De grootschalige vernietiging heeft desastreuze gevolgen voor de
samenstelling van de atmosfeer, en daarmee het klimaat en het leven
op aarde. Tropische bossen zijn CO2 gebruikers en dus zuurstofproducenten
bij uitstek. Bossen fungeren als een soort spons voor de opname
van broeikasgassen (kooldioxide). De massale kap ontneemt de aarde
deze spons, waardoor het broeikaseffect zal toenemen.
De gemiddelde temperatuur op aarde zal stijgen, waardoor het natuurlijk
evenwicht ernstig verstoord raakt.
Ecologische ramp
De verwoesting van het regenwoud is een ecologische
ramp van onvoorstelbare omvang. Het regenwoud herbergt meer dan
50% van alle soorten planten en dieren op aarde. Dat wil zeggen
dat met de ontbossing van het regenwoud een ongekende variëteit
aan levensvormen verdwijnt: jaarlijks sterven 50.000 dier- en plantensoorten
uit. Dat zijn 140 soorten per dag.
Bedreiging volksgezondheid
Maar het uitsterven van planten bedreigt niet alleen de biodiversiteit
en de genetische reserves. Ook de gezondheidszorg voor de mens wordt
aangetast. In de tropische regenwouden wemelt het namelijk van de
geneeskrachtige planten. Zo wordt uit een aantal boomsoorten belangrijke
medicijnen tegen kanker gemaakt. Door de massale ontbossing raken
deze grondstoffen uitgeput.
Herbebossing
Natuurlijk mag dit zo niet doorgaan. Het besef dat een structurele
aanpak gevonden moet worden voor de groeiende ontbossingproblematiek
dringt gelukkig wereldwijd door. Het centrale idee is om de ontboste
arealen opnieuw aan te planten met bomen en zo te zorgen voor een
duurzame aanleg van houtplantages. De primaire en secundaire bossen
die behouden zijn gebleven moeten onaangetast blijven.
Ecologische corridors
Binnen de filosofie van Forest Returns mogen géén
bossen worden gekapt om nieuwe plantages aan te leggen. Integendeel.
De - soms erg grote - gaten die in het verleden in de bestaande
bossen door anderen zijn geslagen worden gefaseerd en getrancheerd
herplant of aan natuurlijke ontwikkeling overgelaten. Waar mogelijk
worden op die manier biologisch waardevolle gebieden weer met elkaar
verbonden d.m.v. zogenaamde "ecologische corridors".
Op deze wijze kan enerzijds een natuurlijke spreiding van flora
en fauna weer plaatsvinden. Zo is de jaguar weer terug van weggeweest.
Van Forest Returns dus naar... Jaguar Returns.

Bovendien kunnen dankzij de ecologische corridors op een biologisch
verantwoorde wijze ziekten en plagen worden beperkt. Met andere
woorden: analoog aan het onaangetast laten van bestaande primaire
en secundaire bossen worden kale vlakten met bomen aangeplant. Deze
manier van werken wordt ook wel duurzame analoge bosbouw genoemd.
Aansluiting met houtindustrie
Voor een optimale houtopbrengst van tussen- en eindkap is het van
belang aansluiting te vinden bij de houtverwerkende industrie.
De strategische bosbouwpartners van Forest Returns werken op grote
schaal en zorgen voor een regelmatige jaarlijkse aanplant. Zo kan
mede dankzij Forest Returns in de toekomst hardhout worden geleverd
dat constant is in kwaliteit en volume. Zo bedraagt het totale bruto
areaal van Floresteca
Agroflorestal Ltda. in Brazilië momenteel 32.355 hectare.
Dit is een totaal gebied van 10 bij 33 km. Jaarlijks wordt er 1.500
tot 2.000 hectare Teak aangeplant.


Duurzame analoge bosbouw
De Food & Agriculture Organization is zeer verontrust over
de voortgaande ontbossing ten behoeve van de houtindustrie. Het
wegnemen van de druk op oerbossen is van het grootste belang. Van
roofbouw dient men over te stappen op ecologisch en economisch verantwoorde
bosbouw. Hierbij staat het behoud van primaire en secundaire bossen
voorop. Daarom is bewust gekozen voor duurzame bosbouwprojecten.
Analoog aan het onaangetast laten van bestaande primaire en secundaire
bossen worden de in het verleden kaalgeslagen vlakten met nieuwe
bomen herplant. Deze manier van werken, die naadloos aansluit op
de visie en missie van Forest Returns, wordt duurzame analoge bosbouw
genoemd.
De nadruk ligt op aanplanten, later oogsten en daarna nieuwe aanplant.
Behalve gefaseerde en getrancheerde herbeplanting worden sommige
stukken ook aan natuurlijke ontwikkeling overgelaten. Als een neveneffect
ontstaan op die manier zogenaamde 'ecologische corridors'. Zo kan
enerzijds een natuurlijke spreiding van flora en fauna plaatsvinden
en anderzijds kunnen op een biologisch verantwoorde wijze ziekten
en plagen worden geweerd.
Forest Returns past het concept van duurzame analoge bosbouw met
succes toe in al haar plantages. Goede voorbeelden hiervan zijn:
In de tropen:
- Brazilië
- Costa Rica
- Ghana
In gematigde streken:
- Nederland
- Polen
- Frankrijk
- Schotland
Nederland
In Nederland is er zo'n 300.000 hectare bos. 50% hiervan is in
particuliere handen. De Nederlander heeft van alle landen het minste
bos ter beschikking. In Nederland zijn de meeste bossen wel duurzaam
(als ze onder de Boswet vallen).
Bosbouw in Nederland is normaliter nauwelijks renderend of verliesgevend.
Het lage rendement (en vaak zelfs verliesgevend) is het gevolg van
lage houtopbrengsten, slechte houtkwaliteit en een te grote afhankelijkheid
van de houthandel. De relatief zeer lage rendementen (1,5 tot 2,0
% per jaar) is één van de redenen waarom duurzame
Nederlandse bosbouw fiscaal wordt gefaciliteerd. Dankzij de eigenzinnige
aanpak van Forest Returns in samenwerking met de strategische partners
zijn er wel mogelijkheden een hoger rendement te behalen.
Forest Returns richt zich op de productie van hoogwaardig hout,
met name Robinia pseudoacacia, waardoor een jaarlijks nettorendement
van 8 tot 13% mogelijk is.
Hollandse Hardhoutvennootschap II-CV
Het fenomeen van de Hollandse Hardhoutvennootschappen is geïnitieerd
door de heer drs. M.A. Mortier, van More Trees Consultancy B.V.
De rendementen en risico's in de Hollandse Hardhoutvennootschap
worden bepaald door de grondprijzen, de houtprijzen, het houtvolume,
de financiële structuur van de beleggingsvorm en de fiscale
voordelen binnen de CV-constructie.
Grondprijzen
Bosgrond is de relatief goedkoopste grond in Nederland. De gemiddelde
stijging van de bosgrondprijs bedroeg in de laatste jaren slechts
2% per jaar. De grondprijs voor een hectare bosgrond bedraagt op
dit ogenblik € 16.800,- per hectare.
Ter vergelijking: de prijs van een hectare landbouwgrond bedraagt
€ 23.000,- tot € 45.000,-.
Houtprijzen
De Hollandse Hardhoutvennootschappen hebben bewust gekozen voor
de Robinia hardhoutsoort. Robinia is één van de beste
en meest hoogwaardige (hard)houtsoorten van Europa, en snelgroeiend!
In Nederland is de hardhoutprijs in 25 jaar tijd met gemiddeld 4,5%
per jaar gestegen. Conservatieve prognoses gaan uit van een prijsstijging
van robinia hardhout van 2 tot 4% per jaar. De robiniaprijs bedroeg
in 2000 € 817,- per kubieke meter.
Hollandse Hardhoutvennootschappen - II CV
De Hollandse Hardhoutvennootschap - II is een commanditaire vennootschap
die beschikt over 25 hectare bos, op voormalige landbouwgrond gelegen.
Het gebied ligt in de gemeente Roggel en Neer (Limburg). De grondprijs
bedraagt € 16.800,- per hectare. Het vermogen van de Hollandse
Hardhoutvennootschappen - II CV bedraagt € 998.316,-. Het Groenfonds
heeft een bijdrage geleverd van € 181.500,-.
De commanditaire vennootschap bestaat uit 100 participaties van
ieder € 8.168,- (per 2.500 m2). Het nettorendement per jaar
varieert van 8 tot 13%.


CO2 absorptieprogramma's
In 2000 ging er zo'n 7 miljard ton koolstof de lucht
in. 5,5 miljard daarvan wordt veroorzaakt door verbranding van fossiele
brandstoffen en 1,5 miljard door ontbossing. Wetenschappers hebben
eind 1994 ontdekt dat de meeste koolstof die op aarde terechtkomt
wordt geabsorbeerd door nieuwe bossen. Er moet dan ook een misverstand
rechtgezet worden. De tropische regenwouden (de oerbossen) waar
we met zoveel respect naar verwijzen als de 'groene longen van de
aarde' voldoen niet helemaal aan dit predikaat. Ten eerste wordt
die functie in eerste instantie vervuld door de nieuwe aanplant.
Ten tweede is bij de regenwouden sprake van een zogenaamd 'gesloten
ecosysteem'. Dit houdt in dat zij 'slechts' als spons fungeren voor
de uitstoot van broeikasgassen binnen hun eigen areaal.
Jonge bossen absorberen meeste CO2
Onderzoek heeft aangetoond dat vooral jonge bossen, waaronder duurzame
analoge boom plantages, zorgen voor de absorptie van CO2 en via
het assimilatieproces actief zuurstof produceren. De jaarlijkse
bijgroei van de teakplantages bedraagt gemiddeld ten minste 15 m3
per hectare. Dit betekent dat gedurende de investeringslooptijd
van 20 jaar minimaal 300m3 tropisch hardhout wordt geproduceerd
door natuurlijke groei. Eén kubieke meter teakhout zorgt
gemiddeld voor een absorptie van één ton CO2. Ervan
uitgaande dat Floresteca jaarlijks minimaal 2.000 hectare teak aanplant,
levert deze jaarlijkse aanplant in de loop van 20 jaar een CO2-absorptie
op van 300.000 ton!
Bij het overdragen van schone technologie aan ontwikkelingslanden
kan het idee van 'joint implementation' een grote rol spelen.
Zo zijn er landen die onderlinge afspraken hebben gemaakt. Costa
Rica wordt financieel door Noorwegen beloond voor het boven de norm
qua absorptie CO2 binden van CO2 dankzij haar overvloedig groen.
Noorwegen heeft immers een CO2 uitstoot boven de norm. Nederland
tikt hiervoor geld af voor bomen in Tjechië.
De CO2-absorptieprogramma's van Forest Returns bieden bedrijven
de mogelijkheid om hun bovennatuurlijke uitstoot van CO2 te laten
compenseren door aan de andere kant van de balans (!) CO2 te binden
dankzij eigen via Forest Returns te verwerven bedrijfsbossen en
boomplantages.
Voorbeelden duurzame bedrijfsvoering
Een aantal voorbeelden van organisaties die via CO2-absorptieprogramma's
een bijdrage leveren aan ecologisch verantwoorde bedrijfsvoering
zijn SEP, Toyota, Peugeot, Shell en Van Melle.
SEP
De Samenwerkende Elektriciteitsproductiebedrijven (SEP) in Nederland
planten wereldwijd bossen aan met als doel de hoeveelheid CO2, die
al in de atmosfeer zit te verminderen. In totaal gaat het naar verluidt
om zo'n 150.000 hectare.
Toyota
Japans grootste automobielfabrikant Toyota plant op grote schaal
bossen aan. Het uitgangspunt hierbij is 20 nieuwe bomen om de giftige
gassen van 1 auto per jaar te compenseren.
Peugeot
Met als thema 'Visie en passie' heeft Peugeot -wij citeren letterlijk-
het opmerkelijke initiatief genomen om in het hart van het Braziliaanse
Amazonegebied voor het uit de atmosfeer nemen van CO2 bomen te plaatsen.
Op een oppervlakte van 12.000 hectare worden zo'n 10.000.000 bomen
geplant. Zo ontstaat er een opname-capaciteit van 50.000 ton koolstof
per jaar.
Dat betekent dat er 183.000 m3 CO2 per jaar uit de atmosfeer wordt
gehaald en door fotosynthese wordt omgezet in onder andere zuurstof.
Peugeot heeft zich verplicht om dit eerste aanplantingsproject
40 jaar lang te volgen. Het heet dan ook: De Groene Marathon van
Peugeot (einde
citaat).
Shell
Royal Dutch Shell investeert in de periode van 1998 tot 2003 meer
dan US$ 500.000.000 in de aanplant van bossen ten behoeve van absorptie
van CO2.
Van Melle
Van Melle voert een CO2-compensatiebeleid dat erop gericht is waarde
toe te voegen aan het milieu. Van Melle zal tot 2005 nog een geringe
milieubelasting veroorzaken. Deze belasting tracht het bedrijf te
compenseren door met name te participeren in duurzaam analoge aanplant
in bossen en plantages in met name Brazilië. Het is de doelstelling
van Van Melle om bij te dragen aan een duurzame absorptie van CO2.
Werkt ú aan uw totaalbalans, werken
wíj aan uw balanstotaal
|